Burn-out groeiend probleem onder jonge werknemers

Artikel van zaterdag 25 april, 2015, Nieuwsuur:

Veel jonge werknemers zitten ‘vast’ in een baan die niet voldoet aan hun verwachtingen. Steeds meer jongeren hebben daarom last van stress. Met grote gevolgen: ziekteverzuim, fysieke klachten en een groeiend aantal burn-outs onder 20 tot 30-jarigen.

In Nieuwsuur heeft een reportage plaatsgevonden over stress bij starters op de arbeidsmarkt. Hieronder kunt u het lezen:

Stress

Het is voor de meeste jonge starters niet te geloven: ze zijn jong, hebben een goede opleiding, een stapel stages, een bruisend sociaal leven, een flinke dosis motivatie en toch gaat het van de een op de andere dag helemaal mis.

Het overkwam meer dan honderdduizend jonge werknemers tot 35 jaar het afgelopen jaar. Zij zaten langdurig thuis vanwege stress-gerelateerde klachten, waaronder een burn-out. Dit blijkt uit recent onderzoek van ArboNed.
Catelijne Joling van ArboNed onderstreept dat het probleem groter is dan ooit. “Maar liefst 52 procent van al het werkverzuim onder alle jongeren komt momenteel door te veel werkstress. Dit zagen we de afgelopen jaren al aankomen en het aantal gaat alleen maar groter worden als we niets doen.”

Alarmerend hoog

Het is voor het eerst in de geschiedenis dat juist jonge werknemers al zo vroeg lijden aan een burn-out. Voorheen kwam een burn-out hoofdzakelijk voor in de leeftijdscategorie 40-55, of bij werknemers met jonge kinderen.

Nu zijn burn-out klachten zelfs de hoofdoorzaak van ziekteverzuim voor de jongste groep werknemers, tot 25 jaar. Niet alleen verschuift de leeftijd waarop burn-outs voorkomen steeds meer naar een jongere categorie, het aantal jongeren dat eraan lijdt is ook alarmerend hoog en groeit elk jaar.

De impact van een burn-out op jonge leeftijd is ingrijpend en toch neemt niet iedereen het probleem altijd serieus. “Er rust nog een taboe op”, zegt Marielle Lunenburg. Zij kreeg op haar 26ste een burn-out en schreef er een boek over.

Ontzettend alleen

“Het komt als iets zwaks over en mensen nemen het gewoon niet serieus, ze denken dat het na twee weken vakantie wel weer voorbij is. Maar dat is absoluut niet zo.”

Dit beaamt ook Mandy, zij kreeg op haar 23ste een burn-out. “Je zit gewoon de hele dag alleen op je kamer. Afgesloten van de wereld en je voelt je ontzettend alleen. Je hebt nergens zin in, maar hiernaast heb je er ook gewoon fysiek de energie niet voor. Bij mij duurde het vier, vijf jaar voordat ik was hersteld.”

Druk

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt en flexibilisering aan Tilburg University, geeft de “doorgeslagen flexibele arbeidsmarkt” en bijbehorende prestatiedruk de schuld van deze ontwikkeling.

“Nederland is absolute koploper in Europa als het op flexibele arbeidscontracten aankomt. Maar we hebben gefaald om de faciliteiten erbij te ontwikkelen die jongeren staande kunnen houden. Dit breekt een jonge generatie nu op.”
Uiteindelijk zal de hele Nederlandse economie er last van hebben.
Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt en flexibilisering
Wilthagen benadrukt dat de eisen om aan een baan te komen continu veel hoger worden en dit veel druk met zich meebrengt. “De situatie is nu erger dan in de ‘no-future-jaren-80’ omdat als je nu al werk vindt, je nooit zeker weet of je die baan wel houdt, omdat je op een flex-contract werkt.”

“‘Nee’ zeggen tegen een werkgever kan dus betekenen dat je je baan over een maand kwijt bent. Dit geeft een ontzettende druk om jezelf elke dag te bewijzen en meer te doen dan je eigenlijk aankan.”

Onnodig verlies

Wilthagen ziet ook een probleem voor de toekomst. “Dit is de generatie die onze economie moet gaan dragen. Maar nu kosten de jongeren meer aan langdurige zorg, vermindert de productiviteit en zal uiteindelijk de hele Nederlandse economie er last van hebben.”
Catelijne Joling van ArboNed ziet dezelfde problemen. “Met een burn-out zit je gemiddeld 180 dagen thuis en een zieke werknemer kost per dag zo’n 250 euro. Dan zit je dus jaarlijks op ongeveer 4,5 miljard euro onnodig verlies, dat deze huidige arbeidsmarkt met zich meebrengt.”

De roep om meer zekerheid voor jonge werknemers klinkt inmiddels luider. FNV Young & United heeft een grote actie opgezet en wil meer echte banen en meer zekerheid voor huidige starters. Ron Meyer van Young & United: “Het is nu aan ons, om iets te veranderen. Twintig jaar geleden kon Nederland ook vaste contracten aanbieden, dan kan dat nu ook.”

Bron: Nieuwsuur:

http://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2032376-burn-out-groeiend-probleem-onder-jonge-werknemers.html

 

 

 

 

De maakbaarheid van het geluk

Hoe word je echt en blijvend gelukkig?

Sonja Lyubomirsky, een gezaghebbend onderzoeker binnen de Positieve Psychologie, heeft zich op deze vraag gestort. Zij heeft vele theorieën van geluksonderzoekers bekeken en degene die wetenschappelijk getoetst zijn opgenomen in haar boek De maakbaarheid van het geluk. ‘De wetenschap is niet perfect, maar is betrouwbaarder dan de adviezen van een willekeurig individu op grond van de eigen beperkte levenservaring’ aldus Lyubomirsky. In het artikel worden een aantal van haar inzichten over geluk behandeld. In een volgend artikel worden 12 bewezen strategieën beschreven om gelukkiger te leven.

Wat is geluk? Geluk is een subjectieve beleving die moeilijk te beschrijven is en niet eenduidig te meten is. We voelen zelf heel goed aan of we wel of niet gelukkig zijn en wetenschappers praten dan ook over ‘subjectief welzijn’ in plaats van geluk. Lyubormirsky zelf definieert geluk als ‘de ervaring van vreugde, tevredenheid en welzijn, gekoppeld aan een gevoel dat het leven goed, zinvol en de moeite waard is.’ Zij constateert daarbij dat de meeste mensen geneigd zijn geluk buiten zichzelf te zoeken. Uit vele wetenschappelijke studies blijkt echter dat externe omstandigheden zoals relatie, inkomen, gezondheid en woonomgeving maar beperkt je geluk bepalen. Deze aspecten waaraan door de samenleving en door velen van ons veel waarde wordt gehecht, stellen bij nader inzien niet zo veel voor. Lyubomirsky concludeert dat deze externe omstandigheden uiteindelijk slechts voor 10% de geluksbeleving bepalen.

Op basis van tweelingonderzoek, genonderzoek en hersenonderzoek komt Lyubomirsky tot de conclusie dat geluk voor 50% wordt bepaald door erfelijke factoren. Je basisniveau ligt dus vast (uiteraard met zijn ‘ups’ en ‘downs’). Blijft er 50% over die beïnvloedbaar is. Deze 50% is op te splitsen in 10% ingevuld door de eerder genoemde externe omstandigheden en 40% welke wordt ingevuld door je denkpatronen en het gedrag dat je vertoont. Met andere woorden, een belangrijk deel van de beleving van geluk is afhankelijk en te beïnvloeden door hoe je denkt en wat je daadwerkelijk doet! Zo heeft Lyubomirsky via systematisch onderzoek kunnen vaststellen welke negen denk- en gedragspatronen gelukkige mensen hanteren die in mindere mate aanwezig (of zelfs afwezig) zijn bij ongelukkige mensen.

  • Gelukkige mensen wijden een groot deel van hun tijd aan familie en vrienden.
    Gelukkige mensen koesteren hun relaties en genieten ervan.
    Gelukkige mensen uiten hun dankbaarheid voor alles wat ze hebben.
    Gelukkige mensen zijn vaak de eersten die mensen de helpende hand bieden.
    Gelukkige mensen zijn optimistisch over de toekomst.
    Gelukkige mensen genieten van het leven en proberen te leven in het nu.
    Gelukkige mensen doen wekelijks aan lichamelijke oefening.
    Gelukkige mensen wijden zich serieus aan hun levensdoelen.
    Gelukkige mensen weten hun evenwicht te bewaren in moeilijke situaties.

Deze negen denk- en gedragspatronen geven een eerste inzicht welke strategieën werken om gelukkiger te gaan leven  En dat willen we uiteindelijk toch allemaal? Door te werken aan je persoonlijk geluk ga je je letterlijk fysiek en emotioneel beter voelen. Naast deze voordelen zijn er talloze gunstige neveneffecten. En het fijne van deze neveneffecten is dat ze je geluksgevoel weer verder versterken. Er ontstaat een zichzelf versterkende cirkel (die helaas ook omgekeerd werkt).

  • Gelukkige mensen zijn socialer, energieker, vriendelijker en populairder.
    Gelukkige mensen hebben een grotere kans om te trouwen en getrouwd te blijven.
    Gelukkige mensen hebben een groter sociaal netwerk en opvang als dat nodig is.
    Gelukkige mensen zijn flexibel en vindingrijk.
    Gelukkige mensen kunnen beter leiding geven, onderhandelen en verdienen meer.
    Gelukkige mensen gaan flexibel om met tegenslag.
    Gelukkige mensen hebben een sterker immuunsysteem, zijn lichamelijk gezonder en leven langer.

Samenvattend: gelukkige mensen ervaren niet alleen meer vreugde, liefde, trots, respect en tevredenheid, ook andere aspecten van het leven gaan erop vooruit. De hoeveelheid energie, de betrokkenheid bij het werk en bij andere mensen, de lichamelijke en geestelijke gezondheid nemen toe evenals het zelfvertrouwen en het gevoel van eigenwaarde. Je wordt er niet alleen zelf beter van, maar ook je partner, gezin, leefomgeving en de samenleving genieten ervan.

Geniet van je geluk!

Maakbaarheid van geluk

Maakbaarheid van geluk

 

 

 

 

Bron: http://geluksdoctorandus.nl/gratis-cursus-geluk-kun-je-leren/twaalf-geluksactiviteiten-die-aantoonbaar-effectief-zijn

 

Bron: http://wij-leren.nl/kinderen-opvoeden.php

Het gelukkige kind

Maar goed, we waren op zoek naar het gelukkige kind. Nu weten we daar gelukkig wel wat van. Het gelukkige kind is namelijk niet het rijke kind, het knappe kind of het slimme kind. Natuurlijk moet je op al deze gebieden niet door een zekere ondergrens zakken, maar echt bepalend is het allemaal niet.
Een miljonairskind is niet gelukkiger dan een kind uit een Jan Modaal-gezin. Datzelfde geldt trouwens ook voor volwassenen. Iedereen hoopt de Staatsloterij te winnen en het is ook ontegenzeggelijk waar dat je daar heel even heel erg gelukkig van wordt. Maar als je het geluksniveau van de nieuwbakken rijken twee jaar later meet, blijken ze in hun leven niet structureel gelukkiger geworden te zijn. Ze zitten vaak weer op hun oude geluksniveau (en niet zelden daar ook ietsje onder, juist omdat het geld ze niet het geluk heeft gebracht waar ze van uit gingen).

Relaties met anderen

Waar kinderen wel gelukkiger van worden is van relaties met andere kinderen. Als kinderen vriendjes hebben met wie ze kunnen spelen, plezier kunnen maken en zich op die manier met hun leeftijdsgenootjes verbonden kunnen voelen, dan verhoogt dat de kans op hun geluksbeleving aanzienlijk.
Kinderen zijn namelijk mensen en mensen hebben een enorme behoefte aan contact met hun medemensen en dan vooral het contact waarin ze voor de ander betekenisvol en op een positieve manier belangrijk zijn.

Sociaal emotionele ontwikkeling

Dan is de volgende vraag natuurlijk; hoe zorgen we ervoor dat kinderen die relaties ook daadwerkelijk aangaan? En ook daarop is het antwoord eigenlijk vrij simpel; door ervoor te zorgen dat ze een stevige sociaal-emotionele ontwikkeling doormaken! Want als dat lukt, dan is het makkelijker voor kinderen om zich aan anderen te binden en om vriendschappen aan te gaan. En dus om gelukkiger te worden. En dat blijkt vooral in de jeugd een belangrijke ontwikkelingstaak.